Over de geschiedenis van de Valkenswaardse beiaard (11)
Evert Meijs
Al jarenlang liggen er oude onderdelen van de beiaard in toren. Enkele elektriciteitskabels, een klokhamer, en zo meer. Maar ook een vieze enveloppe met daarop geschreven Band 11 hersteld. De enveloppe bevat enkele tekeningen van de elektrische bedradingen en apparatuur voor de beiaard, het uurwerk en het orgel. Alle drie zijn geïntegreerd in de toren. Als de tekeningen voorzichtig zijn afgestoft en opengeslagen, blijkt zich een groot stuk historie van de beiaard te openbaren.
Allereerst blijkt uit de enveloppe zelf dat de beiaard vanaf het begin wordt bespeeld via een ponsband: een band met gaatjes, zoals je ook ziet bij een draaiorgel. Er zijn meerdere banden, minimaal elf dus. Op elke band staan verschillende liedjes, vaak met een thema, zoals Kerstmis, Pasen of vakantie. De band loopt elk kwartier een klein eindje verder totdat de korte melodie klaar is. Ieder gaatje in de band zorgt voor een stroompje naar een elektromagneet, die zorgt dat een hamer aan de buitenkant tegen de klok slaat. De melodie is vastgelegd in het perforatiepatroon van de kunststofband.
Vooral na 1945 worden veel carillons ingericht met een bandspeelwerk, net als in Valkenswaard in 1959. We spreken dan van een elektromagnetische speelinrichting. Dit systeem is inmiddels geheel uit de toren verdwenen en vervangen door een moderne regeling met digitale signalen via een computer en met luchtdruk van een compressor.