Over de geschiedenis van de Valkenswaardse beiaard (4)
Evert Meijs
De beiaard (ook wel carillon genoemd) van de Nicolaaskerk bestaat uit 51 klokken die allemaal van brons zijn. Er zijn al heel veel artikelen en boeken verschenen waarin het gieten van een klok uitvoerig wordt beschreven. Bovendien is het proces zeer goed te zien in het Museum Klok & Peel in Asten.
Tegenwoordig wordt een klok ontworpen op de tekentafel en wordt vervolgens een zogenaamde ‘valse klok’ gemaakt. Deze bestaat uit een kern die voor het grootste deel uit zelfklevend zand bestaat en wordt overgoten met een laagje was. Intussen worden letters, cijfers of versieringen gemaakt van was, die op de valse klok worden aangebracht. Zo ontstaat een exacte kopie van de klok die straks gegoten gaat worden.
Nadat er enkele laagjes zand/klei/meel over de klok zijn gesmeerd, wordt het geheel in een metalen mal gezet en stevig vastgestampt en ontstaat een mantel om de kern heen. Als alles goed hard is geworden, worden de verschillende onderdelen weer van elkaar gescheiden en ontstaat een klok met letters in spiegelschrift. Dan kan de mantel weer over de kern worden geplaatst en ontstaat een lege ruimte om het brons in te gieten. Als na enkele dagen de klok uit de gietvorm gebroken wordt, is de definitieve klok geboren.
De nieuwe klok wordt schoongemaakt en geschuurd om vervolgens te worden gestemd. Want zeker bij een beiaard moeten alle klokken goed op elkaar zijn ‘afgestemd’.