Over de geschiedenis van de Valkenswaardse beiaard (9)
Evert Meijs
Er zijn allerlei invloeden van buitenaf die de beiaardklanken kunnen beïnvloeden. Op de eerste plaats zijn temperatuurverschillen van invloed. De klok is van brons en de kabels die van het speelklavier naar de klepels lopen zijn vaak van staal, waardoor bij kou alles kan krimpen en bij warmte weer kan uitzetten. Aangezien alle klokken en kabels meestal evenveel krimpen of uitzetten, zullen toonhoogte-verschillen niet hoorbaar zijn.
Het aanslaan van de klepel tegen de klok kan wel wat ontregeld worden. Daarom kan de beiaardier elke staalkabel die naar de klepel loopt, afzonderlijk wat bijstellen, om de slag weer te corrigeren.
Voorafgaand aan een concert of bespeling tikt de beiaardier alle stokken één voor één aan, om te horen of de klokken optimaal worden ‘aangesproken’ door de klepel. Met een schroef kan de spanning op de kabel dan wat worden bijgesteld.
Gelukkig is dat in de Nicolaastoren niet van toepassing, maar ernstige vervuiling van klokken, door bijvoorbeeld vogelmest, kan de klank ook beïnvloeden. Tenslotte zijn er carillons die in een open toren hangen. Bij langdurig felle zonneschijn wordt de helft van de klok soms extra veel verwarmd ten opzichte van de andere helft die in de schaduw hangt. Dat kan ook van invloed zijn op de klank. In onze toren hangen alle 51 klokken permanent in de schaduw, dus dat probleem doet zich bij ons niet voor.